Sri Lanka: detox voor de geest

Sri Lanka: detox voor de geest

Tekst: 

Els De Pauw

Fotografie: 

Ulpotha

Terwijl het gros van de hotelmanagers overal ter wereld ijverig alle kamers van wifi voorziet, maken andere oorden resoluut andere keuzes. Een plek zonder internet, zonder mail of Facebook, zelfs zonder elektriciteit: ziedaar de perfecte reisbestemming voor de druk-druk-drukke mens op zoek naar mentale detox.

Er staat vreemd genoeg geen wegwijzer of reclamebord waar de chauffeur tussen de bomen een aardeweg inslaat. Dit is nochtans de enige toegangsweg naar Ulpotha, maar daar wil men nieuwsgierige passanten liever weren. Wie hier naartoe wordt gebracht, mag iets anders verwachten dan een luilekker resort met een zwembad en cocktails. Ulpotha biedt geen geparfumeerde vijfsterrenluxe, wel een ander soort van genoegdoening. De meeste gasten die hier een verblijf van een of twee weken boeken, zijn bereid om hun comfortabele leven achter zich te laten voor een aantal ervaringen die een grotere mentale impact kunnen hebben dan hotelsterren. Niet dat de website van Ulpotha letterlijk zulks belooft, een mentale renovatie. Nee. Maar we hebben het van horen zeggen, dat de plek een vreemd verlossend effect op het brein zal hebben.

De auto slingert, hotst en botst tussen de bomen door. Dit is het laatste stuk van de weg, na vier uur rijden vanaf de luchthaven van Colombo. Behalve een boer op zijn fiets is er niemand te zien, het landschap sluimert vredig onder de tropenzon. We zijn naar het hart van Sri Lanka getrokken, wij drie, mijn lief, ons kind en ik, voor een mentale detox. Een ontgiftingskuur voor het brein dat stilaan dichtslibt.
We moesten dringend onze kneuterige comfortzone eens uit. Comfort beperkt namelijk het zicht. De comfortzone, dat is die oergezellige zone waarin de moderne mens beschikt over een digitaal raam op de prachtige wereld. Probleem: door datzelfde raam komt ook een vuige stroom van nieuwsberichten binnen. Een stroom zo krachtig dat filteren niet baat. Daarnaast glijden honderden nutteloze e-mails mee, emmers spam, vriendschapsverzoeken, likes, selfies, ijsemmerfilmpjes en een opbod aan bucket lists – alsof het leven bestaat uit aanvinken en afkruisen van topervaringen, topontmoetingen, topmomenten, topgerechten en topmensen. Dat geeft de moderne mens bijgevolg enorm veel stress. Het ingeprente gebrek aan topgevoel leidt tot ontevredenheid. Tot wrevel. En daarom moesten we dus dringend weg. Naar Ulpotha, een week de wilde natuur in, slapen in lemen hutten, veganistisch eten, leven zonder elektriciteit, koelkast, frisdrank, haardroger of epileermachine. En zonder dat verdomde internet.

Ontwapening
We hebben het raampje van de auto neergelaten om de geur van aarde, groen en lucht op te snuiven. Af en toe waait een koelere bries van over de rijstvelden de auto binnen. We zijn eind juli, en in het noordelijke binnenland van Sri Lanka is het heet, erg heet. De lucht zindert boven de aardeweg. Een knoestige varaan schiet weg tussen de stenen. Het heeft hier al weken niet geregend. Gelukkig ligt Ulpotha in een welig dal, omringd door heuvelkammen, gelp en zwanger groen, aan een groot meer, een eeuwenoude uitgegraven tank met bronwater en regenwater, waardoor de dorstige grond rondom met mondjesmaat wordt gelaafd. Onder de bomen is het er koel. Het water klatert in beekjes naar de rijstvelden.
Aan het eind van de weg staat een laag gebouw met een dak van blaren. Rechts ervan slingeren paden de jungle in, naar de gastenverblijven: lemen hutten met een dak van palmbladeren. De gastvrouw loopt voorop, naar onze hut, aan de rand van het rijstveld. Er zijn geen deuren, geen ramen, alleen een rieten rolgordijn. Witte gesteven lakens en een muskietennet zijn het enige wat ons scheidt van de wilde natuur. ’s Avonds werpen de olielampen grillige schaduwen op de muren. Geritsel in het dak, naast de hut, in het rijstveld. De eerste nacht is een lastige nuit blanche. De geluiden van dieren, het vreemde gepiep, het gekriep, gegil, gekwek, geschraap en geknor is fenomenaal. Het onbekende zindert in de oren, ik voel me ontwapend en onbeschermd, maar het gevoel is ook nieuw en spannend.
Het onbekende went. Zelfs snel. De volgende nachten zijn de lakens en het muskietennet het enige wat ons scheidt van de rést van de natuur. We zijn er namelijk gewoon een deel van, en elk beestje heeft zijn plek. Dat waren we vergeten, in onze wollige comfortzone, dat we gewoon ook maar beestjes zijn.

Yoga en massage
Van The Observer kreeg Ulpotha de titel ‘Best Yoga Retreat in the World’. Het niveau van de yoga-lesgevers ligt hoog. Ze komen van overal in de wereld en geven les in shifts van twee weken. ’s Morgens is er een sessie van halfacht tot halftien, ’s middags van halfvijf tot zes. Het niveau van de deelnemers daarentegen kan nogal verschillen (vooral als ik naar mijn eigen gewiebel en gestuntel kijk), maar ook dat vormt geen probleem. Wie aan de yogalessen deelneemt, wordt individueel begeleid en doet de dingen gewoon op eigen tempo. Yoga vormt niettemin slechts een onderdeel van het aanbod hier. Gasten kunnen zich ook tegoed doen aan verschillende soorten heilzame massages en ayurvedische behandelingen, stoombaden en oliekuren, onder leiding van een ayurvedische arts.
Wie in plaats daarvan wil gaan fietsen, zonnen, lezen of gewoonweg naar de eekhoorntjes en vlinders wil zitten kijken, kan dat evenzeer. Dit is geen quinoakutten-kamp. Geen zweeftevenjamboree, geen universal love-junkiemeeting. Niets moet, alles kan. Elk moment van de dag is er live National Geographic, en de beeldkwaliteit is ongeëvenaard. De dagen vullen zich met wonderlijke taferelen.
Weldra ligt de echte wereld erg veraf. De jachtigheid is slechts een vage herinnering. Mijn spieren worden elke dag wat soepeler, mijn hoofd lichter. Het is leger geworden en tegelijk voller. Vol van menselijke warmte. Sri Lankanen zijn zo lief en hartelijk dat het besmettelijk is. De sfeer is ook tussen de gasten open en spontaan, zodat het contact meteen veel intenser wordt dan in een westerse omgeving. Iedereen heeft wel een spannend verhaal te vertellen. Er is een onderdirecteur van een internationale luxehotelketen. Er is de advocate die gespecialiseerd is in de verdediging van misbruikte kinderen. Er is een high fashion make-upartiest. Er is een stilist van een bekend tijdschrift. Een verpleegster. Een consultant voor IT-bedrijven. Iemand die werkt voor het WHO. Een manager in de telecommunicatie. Een chirurge gespecialiseerd in aangezichtsreconstructie bij kinderen. Een Europees parlementariër. Een onderwijzeres van een internationale school. Een researcher in huidkankeronderzoek. Een consultant in de luxesector. Een productieleider van een museum. Bezige mensen op zoek naar een pauze. Naar iets anders, maar niet naar iets om af te vinken.

Huiselijke magie
’s Ochtends is er ontbijt in de theehut, ’s middags en ‘s avonds eten de gasten in Ulpotha allemaal samen in de ambalama, een groot vierkant prieel in de tuin, met zitbanken en grote kussens rondom. We eten met het bord in de hand. Op de grond, op rieten matten, een overvloed aan curries, rijst, linzen, fruit, verse thee en vruchtensap. De rijst die hier ecologisch geteeld wordt is een oeroude, ongeschonden soort van rode rijst. De groenten uit de moestuin zijn vol, sappig en zuiver. Elke schaal met voedsel is weer een ontdekking van nieuwe smaken en boeiende combinaties van kruiden en specerijen. Het is bovendien fantastisch om vooraf de keuken binnen te lopen en er te zitten kijken hoe de chefs en cheffinnen met het eten bezig zijn, roerend in aarden potten op de open vuren, tussen de slierten rook en de geur van kruiden en groen. Elke keer voel ik me opnieuw het kind dat bij grootmoeder in de achterkeuken mag meekijken naar die huiselijke magie, maar nu onder de palmbladeren.
Op zaterdag is er een feestje waarbij de hele kookploeg en het onderhoudsteam de muzikanten van dienst blijken te zijn. Er wordt gezongen en gelachen, er zijn biertjes en arak. We sluipen tussen de dansende schaduwen in stilte weg naar het meer, mijn lief en ik. Die avond is er volle maan, en we zitten zwijgend op een bankje, hoog op de oever. Hoe mooi het daar is, ja. En hoeveel we zullen terugdenken aan die zilveren schijn op het water. En hoe kostbaar het moment, hoe vluchtig. Hoe groot ook de vervulling.

Reality check
Een paar weken later gaat hier in België alles weer zijn gewone gang. In onze dekselse comfortzone functioneert alles naar behoren. Vooral de wekker doet het net iets te goed. Het is september, en we leven weer een leven van lijstjes. Thuiskomen in de plenzende regen was hard en lastig. Het grootste verschil in mijn gedetoxte hoofd was wennen aan een akelige stilte. In plaats van de zotte chaos van vogel-, eekhoorn- en apengeroep en het geritsel in de boomtoppen voltrekt alles zich als vanouds tegen een onnatuurlijk geluidsdecor: het saaie grijze geruis van auto’s en het hoge gefluit van elektrische apparaten. Om hoorndol van te worden. Er kruipt blijkbaar meer energie in het uitfilteren van mechanisch lawaai dan in de toe-eigening van natuurgeluiden.
De slotsom? Ulpotha blijkt door de prachtige natuur, door yoga, lekker en gezond eten, de ayurvedakuren, en vooral door de spontaniteit in het contact met anderen inderdaad de ideale plek om blijer en gelukkiger te worden. We werden er gedetoxt, maar we hebben er ook last gekregen van een andere intoxicatie. We zijn gebeten door het natuurlijke, het eenvoudige, het gewone, het basale en het sublieme. We hebben last van nijpend Fernweh. We willen terug.
Tegelijk is de herinnering aan Ulpotha als een gloeiende bol energie, een tank om brandstof uit te putten. In beelden, in gezichten van mensen, in geluiden, in smaken en geuren. De herinnering maant ons aan om anders naar de dingen te kijken. Elke dag breng ik nu mijn dochter te voet naar school. Traag, honderduit pratend, soms minutenlang in stilte, kijkend, haar handje in het mijne, terwijl haar paardenstaart bij elke stap heen en weer danst. We hebben hier aan de rand van de stad ineens ook een eekhoorn gezien - mirakel - en er is een guitig zwijn dat rondscharrelt in een stadstuin, pal aan de drukke straat, dat ons knorrend dag komt zeggen. We kijken naar de voorbijdrijvende wolken. Naar spinnen die parelnetten haken. We slaan praatjes met de buren, ook al hebben we dringend een hoop af te werken en af te vinken. Er is zoveel dat eigenlijk kan wachten. De verwondering komt namelijk niet vanzelf. Geluk ook niet. Er is ongetwijfeld altijd veel meer dan wat het oog wil zien.

www.ulpotha.com

 

 

Deel dit artikel: Facebook Twitter Twitter

Tags: 

Yoga in Ulpotha