Famenne: Lemonnier & Co

Famenne: Lemonnier & Co

Tekst: 

Toni De Coninck

Fotografie: 

Toni De Coninck / Jean-Pierre Gabriel

De Famenne is de oksel van België, ingebed tussen Ardennen en Condroz, waar de Lesse meandert tussen rietvelden en oogverblindend groene heuvels. De ideale bodem voor culinaire en andere ambachten.

Het is nog vroeg in de ochtend als Eric Martin uit de auto stapt en uit de koffer een houten kist met dooierzwammen en trompettes de la mort diept. Het heeft gevroren vannacht, op de tuinkabouter ligt een dunne laag rijp. ‘De truffels van de Famenne,’ lacht Eric. De trompettes ogen stevig, zijn intens zwart, geuren naar mos en een dekentje van eikenbladeren. ‘Paddenstoelen hebben weinig nodig,’ vertelt de chef. ‘Gesnipperde sjalot, een teentje knoflook, en altijd een homp Ardense boter. Ik verfoei chefs die daar ingewikkelde gerechten willen mee bereiden. Mijn galgenmaal bestaat uit een verse omelet met dooierzwammen, een snee desembrood en een dikke plak boter.’ En het allerlaatste drankje? Zoon Tristan schatert het uit. ‘Doe hem maar een glas bourgogne. Of als het bier mag zijn, een Chinette van de Brasserie de la Lesse!’
Lemonnier is een instituut in de Famenne. Een huis dat vertrouwen wekt, en charmeert tot in de diepste poriën. Je dineert er voortreffelijk, slaapt er heerlijk en ontbijt er verbluffend. Vader Martin straalt ambacht uit, en passie, en is al lang het stadium voorbij dat hij daarvoor in de gidsen hoeft bekroond te worden. Die ster die hij enkele jaren geleden kwijtspeelde, daar maalt niemand meer om. Het clientèle bleef komen, en wordt nog steeds op dezelfde manier in de watten gelegd. En met zoon Tristan in de keuken is de opvolging verzekerd. Of zoon Martin een andere stempel zal leggen? De twee wisselen een blik van verstandhouding uit. ‘Dat is logisch. Elke generatie legt andere accenten,’ zegt Tristan. ‘Maar ook weer niet te veel,’ lacht Eric.

Pastoraal
Maison Lemonnier is al jarenlang een culinaire hemel voor Belgen en buitenlanders. Steeds meer Vlamingen vinden de weg naar Lavaux Sainte-Anne, blijven er een weekend, gaan er wandelen of fietsen, en bezoeken de schatten uit de regio. Het kasteel van Lavaux bijvoorbeeld, en de ‘zone humide’ aan de overkant, waar je rond een diepblauwe vijver wandelt en je vergaapt aan het riet dat ook in de reflectie van het water zachtjes meeruist. Boekendorp Redu is nooit veraf en zelfs al hebben nogal wat boekhandels de voorbije jaren de deuren gesloten, je kunt er op zondag nog steeds koopjes doen. In de B&B&B (Bed & Book & Breakfast) La Reduiste kun je zelfs met de boeken onder de wol en ’s morgens ontbijten met mokka van de koffiebranderij uit de buurt. In Porcheresse tovert de jonge, geheel uit glimlach opgetrokken Coraly Sépulchre met keramiek. Haar atelier ademt artisanaat en ook wel een tikje jonge rebellie. Coraly ontwerpt al het vaatwerk van Maison Lemonnier en doet dat in aardetinten: taupe, beige en het terracotta van de lemen ondergrond in de Famenne.
We lunchen tot slot in Lesse Capade (let op de woordspeling), een restaurant waarvoor men in Wallonië het woord convivialité heeft uitgevonden. En omdat het wildseizoen is, komt de pot wildterrine met foie gras op tafel waaruit we naar hartenlust plakjes kunnen snijden. Daarna volgt patrijs, in eigen jus bereid, met kroket van knolselderij en geurige veenbessen. Het terroir van deze mooie pastorale regio, de Famenne, Belgisch-Toscane, proef je met al je zintuigen.

 

Deel dit artikel: Facebook Twitter Twitter

Tags: 

Maison Lemonnier