Père-Lachaise

Père-Lachaise

One can survive everything nowadays, except death. Op begraafplaats Père-Lachaise heeft de dood vele gezichten: de laveloze bohémien met stoppelbaard, de burggraaf, de dichter of edelman, de vermoorde onschuld, de schrijver op het hoogtepunt van zijn roem. Het is een verstilde wereld in zwart-wit, en ergens vind ik dat een geruststellende metafoor. Nergens is een contrast zo duidelijk als wanneer je tussen half-ingezakte grafstenen verglijdt, op kussentjes van eenzaamheid. Er wordt niet gepraat op Père-Lachaise, hoogstens gefluisterd, en ook die gesprekken worden meegedragen door de wind.

Het mooist vind ik nog de schier anonieme tombes, overwoekerd door lichen of andersoortig mos dat de eeuwen hardnekkig trotseerde. Het graf van de jonge Franse journalist Victor Noir, vereeuwigd in brons in een houding die zou kunnen verraden dat hij deze ochtend pas werd neergeschoten. Iemand stopte een verse rode roos in zijn jadegroene hand. De blaadjes trillen in de ochtendmist en schudden kleine, kwetsbare dauwdruppels af. Het graf van de Guatemalteekse Nobelprijswinnaar literatuur Miguel Angel Asturias is een eerbetoon aan ’s mans grote belangstelling voor precolumbiaanse cultuur: een totem vol verwrongen Maya’s, die me onwillekeurig aan de intrede van Christus in Brussel doet denken. Spot, maar ook het grote lijden.
Jim Morrison heeft bezoek. Iemand laat de Alabama Song uit z’n mobieltje kreunen, en drinkt er whiskey bij uit een minibarflesje, als was het om de boodschap van het lied te ondersteunen. For if we don’t find the whiskey bar, I tell you we must die. Er zijn maar heel weinig zekerheden in het leven, en dat wist ook Oscar Wilde in Het Portret van Dorian Gray. We kunnen alles overleven vandaag, behalve de dood. Op Père-Lachaise worden alleen de graven ouder, al de rest leeft eeuwig verder.

Deel dit artikel: Facebook Twitter Twitter