Santander: fietsen, kunst, pintxos

Santander: fietsen, kunst, pintxos

Tekst: 

Toni De Coninck

Wil je bij je keuze van je volgende citytrip ook even aan Santander denken? Een rechtstreekse vlucht naar het groene Spanje, een rijke geschiedenis, heerlijke pintxos en een cultureel centrum dat de stad in de architecturale 21e eeuw katapulteert.

Volgens zij die het kunnen weten hebben de Cantabriërs altijd met de rug naar Spanje geleefd. En dat is niet omdat zij zo koppig waren - dan heb je de Asturianen nog niet ontmoet - maar gewoon omdat het landschap zich er niet toe leende. Santander wordt ingesloten door de Atlantische Oceaan aan de ene kant en een bergketen aan de andere zijde. Dat zijn de 'montañas orientales' en die zijn de uitlopers van de Picos de Europa, een rist bergen ten westen van de stad die zo genoemd werden omdat ze het eerste teken van leven schonken aan zeevaarders na hun tocht uit de Amerika's. Als ze de picos zagen, waren ze bijna thuis. Die inclusie is de reden dat er nog geen snelle trein rijdt van Madrid naar Santander. Die isolatie zorgt er ook voor dat het er nooit te koud of te warm wordt. Het is een stad waarvan de Madrilenen zeggen dat ze er met 'una manta' kunnen slapen, met een deken. En dat vinden ze best prettig. Santander is ook een rijke stad. Na Barcelona en Madrid zijn de prijzen van huizen hier op hun hoogst. En het is, verdraaid nog aan toe, ook een erg natte stad. Je hebt het weer een beetje zoals in Schotland, four seasons in one day.

Pinball wizard
Op de tweede, derde en vierde dag van ons bezoek aan Santander maken we kennis met het zomerseizoen. Een nazomertje legt een zilveren gloed op de baai en op het nagelnieuwe Centro Botin, een vrijhaven voor actuele kunst en kunstzinnige ontmoetingen. Renzo Piano ontwierp het gebouw in twee delen, maar hield wel van een spelletje en verbond beide stukken door iets wat op een flipperkast gelijkt, een Japanse pachinko. De loopbruggen steken hun tentakels uit over de baai en met het trappenhuis wil je aan het pinballen gaan, tot wanneer de onzichtbare bal ergens aan de overkant belandt, in Pedreña of de duinen van Puntal. Gidsen spelen het spelletje maar al te graag mee. Want waar is het noorden als je in Santander loopt? Tja, waar de zee is, toch? Dat klopt niet helemaal. Vanaf het Centro Botin kijk je oostwaarts en dus op de baai. Het is pas als je de vuurtoren bereikt, na tien kilometer fietsen, dat de oceaan en wat verderop de Golf van Biskaje zich voor je uitstrekken.

Keltisch
Wat is het dat Santander zo rijk maakt? Dat Centro Botin natuurlijk. Dat is alvast één goede reden. Maar de geschiedenis van de stad gaat vele eeuwen verder terug. Tot de Kelten en andere volkeren die geen woord Spaans spraken. In het museum van Altamira, waarop we een volgende keer terugkomen, laten ze de oermensen in een video-opname zelfs Inuit spreken, omdat dat de meest onbezoedelde taal ter wereld is. Maar op hun Keltische afkomst zijn ze hier nog het meest fier. Verder? Santander is geen grote stad, maar wel een zeer uitgestrekte. Je kunt vanaf het Centro Botin wel tien kilometer langs de vele stranden, baaien en inhammen tot aan de vuurtoren rijden. Vanaf de wijk Sardinero wordt Santander groen in wel vijftig tinten. Waag het niet te klagen over de regen. Zonder de regen geen groen. Zonder het groen geen heerlijke kaas. En tot slot? De gastronomie natuurlijk. De regio Cantabrië doet het net zoals de buren in het Baskenland met pintxos, een soort tapa's met dat bijzondere verschil dat ze op broodjes worden geserveerd. In El Machi: gefrituurde inktvis (raba) met spek en gekaramelliseerde ui. In de Bodega del Riojana: de beroemde ensaladilla rusa, die uit erwten en wortelen en mayonaise bestaat en voor het overige geen uitstaans heeft met Rusland, maar hier het allerlekkerst smaakt.
Slotsom: Santander is gewoon een fantastisch idee voor een weekendje. Helemaal niet duur, alles op wandel- en fietsafstand, lekkere keuken, de ideale en volstrekt onbezoedelde citytrip.

Deel dit artikel: Facebook Twitter Twitter

Tags: 

Santander in 48u