Het andere Düsseldorf

Het andere Düsseldorf

Tekst: 

Toni De Coninck

Fotografie: 

Toni De Coninck

Elke gelegenheid is goed om een verrassende stad als Düsseldorf te bezoeken. En deze tijd van het jaar is dat toevallig de kerstmarkt.

Zullen we bij het begin van dit artikel alvast een netelige bekentenis doen? Eigenlijk houden we niet zo heel erg van kerstmarkten. Het moet met de visuele onrust te maken hebben, het kunstlicht, de fotografisch dodelijke combinatie tussen donkere jassen en duizenden lampionnetjes. Nee, Düsseldorf heeft wel meer te bieden, en werd bijvoorbeeld al in de jaren 80 van de vorige eeuw het ‘Parijs aan de Rijn’ genoemd. Berlijn heeft de rol van mode- en avantgardehoofdstad sinds de val van de Muur overgenomen, maar er is veel dat inderdaad aan Parijs doet denken. De grote, brede boulevards, de koffiehuizen, de musea. De Königsallee – Die Kö voor de locals - is met haar Champs-Elyséesallures een goed startpunt. De boetieks doen posh aan met upscale Duitse merken als Hugo Boss, maar ook alle Italiaanse brands. In de ‘gourmet cafetaria’ van het Galleria Kaufhaus wordt zuinig aan cappuccino genipt en kaastaart gegeten. Duitsers en hun Kuchen. Dat is een bijna even legendarisch combo als Belgen en friet.

Frank Gehry
We stappen via de Friedrich-Ebertstrasse richting Altstadt waar we met gids Katja Stüben aan een wandeling beginnen. Ik krijg het Spaans benauwd. Katja ziét er niet alleen sportief uit, haar handdruk doet vermoeden dat ze elke morgen wel een paar schrijvers en fotografen tussen haar boterham legt. Het prototype van de sportieve veertiger: jeans, kekke jekker, rugzakje, een roestbruine gebreide muts die haar zwartgolvende haren niet kan verstoppen. Daaronder lachen twee helblauwe ogen, en wanneer ze spreekt, vormen de jukbeenderen kuiltjes in haar wangen.
De Rijn oogt mistig, met haar tentakels die als vijf vingers aan een hand stadinwaarts trekken. De bekende architect Frank Gehry (VS) liet aan de rivier een nieuw Centrum voor Kunsten en Media bouwen. Het bestaat uit drie verschillende gebouwen. Het linkse werd in plaasterwerk opgetrokken, het rechtse in rode baksteen, maar vooral het middelste gebouw is door zijn roestvrij stalen constructie opmerkelijk. Gehry wou dat de twee uiterste gebouwen in het middelste zouden worden weerspiegeld, waardoor ze een nieuwe eenheid vormen. Maar in de praktijk hebben de meeste bezoekers niet zo’n bijzondere interesse voor de linkse en de rechtse toren. De middelste is emblematisch, een nieuw landmark voor Düsseldorf.

Urban art
Düsseldorf moet je leren kennen, je moet door de buitenste schil heen om de kern te proeven. Veel graffiti- en andere urban art-artiesten zagen het wel zitten om lege panden, kale muren, onfrisse bruggen op te vrolijken. Dat resulteerde in gewaardeerde en gelauwerde kunst, zoals Klaus Rosskothen ons in en rond zijn atelier aan de Brunnenstrasse toont. Werk van Fin DAC oogt als een graphic novel, breed uitgesmeerd op de muur en de overspanning van een kaal appartementsportaal. Vijf kunstenaars spanden samen om een huiswand met postmoderne ridders te tooien. In de metrostations van de nieuwe Wehrhahnlijn konden kunstenaars met alle beschikbare ruimte aan de slag. Franke voegde panelen in groen glas toe, Stricker werkt met 3D animaties die je aan het perron een blik gunnen op de bovengrondse wereld.

Bierkelders
We benen terug naar de Altstadt, wandelen door een kuierende massa naar de Carlsplatz waar we voor zeven euro een hartverwarmende stamppot van boerenkool met mettwurst eten. Düsseldorf gaat prat op haar ‘Suppenküche’. In de winter worden hier hectoliters erwtensoep verorberd, zo dik en robuust dat je mes en vork nodig hebt om ze te snijden. Verfijnd is het niet, maar een mens past zich aan de winterse omstandigheden aan. Ook in de bierkelders Der Uerige, Der Schlüssel en Im Füchschen wordt huisbier geserveerd met dampende schotels aardappelen en Leberkäse of Fleischkäse, nog het best te vergelijken met zeer fijngemalen vleesbrood dat kaas heet enkel en alleen omdat het die vorm heeft. De Altstadt is best knus en leent zich inderdaad tot het volksvermaak dat kerstmarkt heet. In een kiosk wordt zowaar witte glühwein geschonken, een variante die het gelukkig meer van de specerijen dan van de suiker moet hebben. En tussen de tig kraampjes met sneeuwklokjes en overmaatse kerstballen vind je hier en daar ook echt ambacht: houtsnijwerk vooral, maar ook juwelen, kristal en andere geschenken die het goed doen onder de kerstboom.

 

Deel dit artikel: Facebook Twitter Twitter

Tags: 

Eén of twee dagen?